Posts tonen met het label Henri Nouwen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Henri Nouwen. Alle posts tonen

zondag 14 april 2013

De verloren zonen

Ik lees het hoofdstuk over de oudste zoon uit Henri Nouwens Eindelijk thuis, het boek waarin hij tijdloze lessen trekt uit Rembrandts schilderij Terugkeer van de verloren zoon.
De verloren zoon, de jongste, keert naar jaren van losbandigheid en 'zonde' terug naar zijn ouderlijk huis, berouwvol, en wordt door zijn vader liefdevol ontvangen. Wie kent het verhaal niet?
Nouwen betoogt dat ook de oudste zoon een verloren zoon genoemd had kunnen worden. Deze oudste zoon, die het zo graag allemaal goed heeft willen doen, thuis gebleven is, hard gewerkt heeft, zijn verplichtingen nakwam, deze zoon trok innerlijk steeds verder weg van zijn vader, werd steeds ongelukkiger en steeds minder vrij. Deze zoon had niet de moed weg te lopen en was diep vanbinnen jaloers op zijn jongere broer. Hij raakte verloren in wrok en zijn boosheid en afgunst hielden hem gevangen.
Nouwen herkent zichzelf maar al te goed in deze oudste verloren zoon. 'Het werd voor mij steeds moeilijker me thuis te voelen in het huis van mijn vader. Ik werd steeds minder vrij, minder spontaan, minder vrolijk, en de anderen gingen mij steeds mee zien als iemand die wat 'zwaar op de hand' was."
Ik heb nooit ontvangen wat ik verdiende, is de klacht van de oudste zoon. Hij kan niet meer delen in de vreugde van anderen. Vreugde en wrok kunnen niet naast elkaar bestaan.
"Hoe meer ik over de oudste zoon in mij nadenk, des te meer realiseer ik me hoe diep geworteld deze vorm van verlorenheid werkelijk is en hoe moeilijk het is vanuit zo'n houding terug te keren naar huis. Het lijkt zoveel makkelijker om terug te keren van een leven vol wellustige uitspattingen dan van de kille woede, die in de diepste schuilhoeken van mijn hart genesteld is."
"Er is een enorme, duistere kracht die mij tot dit innerlijk beklag brengt. Het veroordelen van anderen en van mezelf, mijn eigendunk en het afwijzen van mezelf versterken elkaar en hebben een steeds destructievere uitwerking," schrijft Nouwen.
Natuurlijk herken ik persoonlijk ook heel veel en is het hoofdstuk enorm confronterend. Inderdaad, waar mijn deugdzame ik is, is ook mijn van wrok gevulde aanklager aanwezig. Om treurig van te worden.
En dan staat er in de slotalinea iets wat naadloos aansluit op de Paaspreek van een paar weken geleden. Nouwen vraagt zich natuurlijk af hoe hij kan terugkeren naar zijn liefdevolle vader als hij zichzelf verloren heeft in wrok en overweldigd wordt door jaloezie, gevangen zit in gehoorzaamheid.
Hij beseft dat hij zichzelf niet aan zijn eigen haren uit het moeras kan trekken.
Hij beseft dat hij zichzelf niet kan genezen.
Er moet iets gebeuren wat hij zelf niet tot stand kan brengen: "Ik kan alleen van bovenaf genezen worden, als God van boven tot mij komt," schrijft Nouwen. Als voorbeeld haalt hij Jezus' woorden tot Nicodemus aan: "Wees dus niet verwonderd als ik jullie zeg: jullie moeten opnieuw geboren worden; van bovenaf."
Net als Joris Vercammen het verwoordde in zijn preek: "Je kunt jezelf niet vrijkopen, je wordt vrijgekocht, je ontvangt je toekomst, je wordt opnieuw geschapen."
Mooi is dit toch.


Rembrandt - de terugkeer van de verloren zoon

maandag 21 januari 2013

God boven de ikken

Afgelopen weekend las ik in Trouw een heel interessant artikel van Antoine Bodar. Heb het wel drie keer gelezen omdat het me op vele fronten raakte en aan het denken zette.
Bodar stelt dat de mensen tegenwoordig zo op zichzelf gericht zijn en geeft als voorbeeld de populariteit van Henri Nouwens boeken, die ook zo met zichzelf in de weer was. Heel herkenbaar voor velen, ook voor mij.
"In de huidige ervaringswereld is menigeen meer dan ooit ervan overtuigd dat hij zelf goddelijk is." ... "Dit stemt hem tot dikke tevredenheid." Deze overtuiging verwijdert de mens van God, stelt Bodar. "Hij [de mens] ontwaart God in zichzelf, in de ogen van de medemens, mogelijk ook in de natuur en in de kunst, maar kent hij nog de Heer als de volledig Andere, Die boven ons is," ... "voor wie wij in ontzag huiveren - niet omdat Hij streng en oordelend of veroordelend zou zijn, maar omdat hij huiveringwekkend is in Zijn, ons overrompelende eigenheid, verte en grootheid."
Kortom, de zin voor het Heilige wordt ontbeerd.
Wij zijn vergeten dat het sacrale tegenover het profane staat. "Vermenging van beide profaniseert het sacrale en doet het ten ondergaan," schrijft Bodar. "Het Godshuis echter is geen mensenhuis. Het is een sacrale ruimte, geen profane. En liturgie moge een ritueel zijn, maar elk ritueel is nog geen liturgie. Sacrale rituelen zijn andere dan profane rituelen. De scheiding tussen beide dient terug te keren. Alleen zo kan het sacrale het profane weer echt bevruchten."
Daarnaast pleit Bodar voor herwaardering van het "dagelijks herhalen van rituelen in praktijken binnen de eigen wereld." ... "Elke christelijke spiritualiteit is ten minste Bijbels en elk bidden vangt eerst recht aan in stilte. Niet het schietgebed, dat velen bezigen, maar wel meditatie die kan voeren tot comtemplatie." Wat dit onderwerp betreft citeert hij Nouwen, die het zo mooi zegt: "Het woord van God voert ons de stilte binnen en de stilte maakt ons aandachtig voor Gods woord. Het woord wordt in de stilte geboren en stilte is de diepste weerklank van het woord."
Dit artikel zet alles weer eens op scherp. Het is goed om inspirerende avonden te organiseren op het gebied van geloof en samenleven. Heel goed zelfs. Maar daarnaast, en dat ben ik met Bodar eens, is het nodig ruimte te scheppen voor het Heilige.
Ik ben zelf ook iemand die "zijn eigen lantaarnopsteker" is geworden, maar toch ga ik graag regelmatig naar de kerk, waar ik word opgenomen in het Heilige en me even klein voel. Niet minder waardig, maar gewoon klein. In het niets vallen tegenover al die grootsheid en oneindigheid van Die Ene. Ik neem deel aan de sacrale rituelen en weet weer wat me te doen staat. Bodar formuleert het als volgt:
"God beminnen is het eerste gebod. Geven we ons daarvan voldoende rekenschap?"


zaterdag 12 januari 2013

Henri Nouwen

Ik lees Keerpunt van Henri Nouwen. Meteen in het voorwoord word ik al geraakt door hoe Carolyn Whitney-Brown, een lid van de Arkgemeenschap Daybreak waar ook Henri werkte, over hem schrijft.
"Henri vertrouwde erop dat God van ieder mens houdt, maar hij kon nooit echt geloven dat dat ook voor hem gold. Dankbaarheid en strijd gingen altijd samen, en zijn eigen fundamentele onzekerheid maakte dat hij diep begaan was met ieder ander mens. We zeiden wel eens voor de grap dat Henri steeds hetzelfde boek schreef, en eigenlijk is dat ook zo: hij wilde vurig de boodschap overdragen dat iedereen geliefd was en een thuis had, een boodschap die hijzelf soms wel en soms niet kon geloven. Nu eens geloofde hij het, dan weer verloor hij dat geloof, en daarom schreef hij de boodschap steeds weer op. En toch was elk boek weer nieuw, want Henri bleef zich ontwikkelen, hij bleef verlangen, hopen en veranderen. Zelden heb ik zo'n levend iemand gezien."
Het verbaast wellicht niet dat ik me in hem herken. Ik herken zijn verlangen naar Gods liefde. Hij schrijft dat die liefde niet buiten het menselijk contact om te ervaren is en dus zal die altijd beperkt zijn en onvolledig: "Gods liefde is niet te vinden buiten de menselijke liefde om, hoezeer die in deze wereld ook tekortschiet."
Ik moest meteen denken aan Jean Jacques Suurmond die mij ook vertelde dat "God niet los verkrijgbaar is".
En zo zal ik er toch aan moeten. Aan die verbinding met mijn medemensen. Hoe moeilijk dat soms ook voor mij is. Er zijn tussen de mensen en op die manier Gods liefde ervaren. Dan ben je echt een levend iemand.


vrijdag 4 januari 2013

Being the Beloved

Tijdens mijn retraite kreeg ik voor het eerst iets van Henri Nouwen mee. Natuurlijk kende ik zijn naam, maar had nog nooit iets van hem gelezen of hem zien (s)preken. Meteen op de eerste dag keken we naar Being the Beloved, een preek die Nouwen hield in de Christal Cathedral in de V.S.
Het gegeven dat ik Gods geliefde dochter ben houdt me al langer bezig. Ik schreef er op 5 maart en 5 oktober van het afgelopen jaar ook al over. Nu kwam het weer eens extra binnen, want Nouwen vertelt ons dat dit het enige is dat telt. Het gaat niet over 'wat ik doe' of 'wat de mensen over mij vertellen' of 'wat ik heb', maar het gaat erom je ten allen tijden te blijven realiseren dat je Gods geliefde kind bent. Dat dit de enige constante waarheid in je leven is. De rest komt en gaat.
Hij geeft het voorbeeld van Jezus in de woestijn. Hij is zich daar enorm bewust van, dat hij Gods geliefde zoon is. De duivel probeert hem te verleiden tot het uitvoeren van wonderen zodat de mensen hem op handen zullen dragen en roem en faam zijn deel zal zijn. Nee, zegt Jezus, nee, nee, nee! Daar gaat het niet om. Ik ben God geliefde zoon. Dat is wie ik ben.
Kijk alsjeblieft naar deze mooie video (link op de homepage) zeker als je hem nog nooit gezien hebt. Het is zo mooi hoe Nouwen het met zijn heldere taalgebruik voor mekaar krijgt dat ik weer helemaal begrijp dat al dat materialisme en ego-centrisch denken en handelen mij afhoudt van het wezenlijke:
Ik ben Gods geliefde dochter.


Henri Nouwen