Posts tonen met het label spijt. Alle posts tonen
Posts tonen met het label spijt. Alle posts tonen

vrijdag 24 februari 2012

Ik mag gelukkig zijn

Het is algemeen bekend dat veel mensen op hun stervensuur de schellen van de ogen vallen. Opeens zien ze hun leven in perspectief en helaas roept dat bij menigeen gevoelens van spijt en berouw op.
Elisabeth Kübler-Ross en David Kessler hebben er in Levenslessen over geschreven. Het gegeven intrigeert me enorm. Waarom is het zo ontzettend moeilijk om me voor te stellen dat ik nog maar kort te leven zou hebben? Op de een of andere manier laat mijn geest zich niet voor dat karretje spannen als het niet daadwerkelijk onomstotelijk vaststaat dat ik gauw zal sterven.
Eergisteren kwam ik op de site van Broedgebied terecht. Daar staat, in een blogtekst van Wouter Nieuwenhuizen, de top 5 van dingen die mensen op hun sterfbed betreuren. Het lijstje is opgesteld door een Australische palliatief verpleegkundige:
  1. I wish I'd had the courage to live a life true to myself, not the life others expected of me
  2. I wish I hadn't worked so hard
  3. I wish I'd had the courage to express my feelings
  4. I wish I had stayed in touch with my friends
  5. I wish that I had let myself be happier
Vooral het laatste punt raakt me. I wish that I had let myself be happier. De formulering is zo ondubbelzinnig: je doet het zelf, hoor, dat ongelukkig zijn. Als jij het wil, kun (je veel vaker) gelukkig zijn. Het woordje 'let' is nog het mooist. Laat het toe, het mag. Echt.
Ik mag gelukkig zijn. 



maandag 17 oktober 2011

Tijd voor een reset

Gisteren was ik op De Kinderboekenmarkt in Den Haag, waar een groot aantal kinderboekenschrijvers en -illustratoren aanwezig was om hun lezers te ontmoeten. Dat klinkt heel erg leuk en ik verheugde me erop. Had ook een paar dierbare boeken meegenomen. Uiteindelijk heb ik deze mensen ook gesproken en dat was leuk, maar het geheel was zo druk, teveel mensen in te kleine ruimtes, lawaaierig en chaotisch, dat ik er compleet van over mijn grenzen gegaan ben. 's Avonds kwam de hoofdpijn opzetten en die heeft mijn hoofd nog steeds in de houdgreep.
Tja, en als ik dan de teksten van Thomas Merton lees, waarin hij zo prachtig schrijft over die roeping tot eenzaamheid, dan wil ik niets liever dan naar een landelijk gelegen klooster verhuizen.
"De roeping tot eenzaamheid houdt in: zich volkomen toevertrouwen, zich overleveren aan de stilte van weids panorama van bossen en heuvels, van zee of woestijn, stil zijn als de zon opgaat over het land en zijn stilte vervult met licht. Bidden en werken in de ochtend, zwoegen en rusten en in de avond weer stil worden in meditatie, wanneer de nacht valt over dat land en de stilte zich vervult met duisternis en sterren. Dit is een waarachtige en bijzondere roeping. Slechts weinig mensen zullen in zo'n stilte volkomen opgenomen willen worden, zo'n stilte laten doordringen in merg en been en niets dan de stilte ademen en zich voeden met de stilte. Slechts weinig mensen willen de ware aard van hun leven veranderen in een echte levende en waakzame stilte."
Als ik dan terugdenk aan de dag van gisteren, dan wordt het me zwaar te moede. Dan wil ik alleen maar roepen: "Ja hoor, ik wil dat wel! Ik wil graag de aard van mijn leven veranderen in een levende en waakzame stilte. Niets liever!"
Er komt een gevoel van schaamte in me op. Het heeft ermee te maken dat ik het blijkbaar nog steeds zo moeilijk vind om zuiver te leven. Wat deed ik daar in die drukte, die herrie en het lawaai? Waarom zijn we niet naar zee gegaan? Ik weet het niet, het gebeurt gewoon, ik krijg er geen speld tussen op zo'n moment.
Vandaag verlang ik weer eens heel sterk naar een leven van rust, eenvoud en regelmaat. Wil ik nergens aan meedoen en me terugtrekken in mijn coconnetje.
Ik ga mijn gepijnigde hoofd te ruste leggen. Voor een reset.

woensdag 30 maart 2011

allerliefste

allerliefste
laat me je tot leven wekken
het is hopelijk nog niet te laat
het helpt vast als ik je verpot
wat extra voeding geef
en iedere dag even met je praat
lieve schat, wat spijt het me
dat ik je niet zag staan
dat het leek alsof je was vergeten
dat ik, als ik vanuit een ooghoek
een glimp van je verleptheid zag
er voor koos het niet te willen weten

zaterdag 19 februari 2011

Verzet

Vandaag zat ik in mijn eigen verzet opgesloten.
Geen helderheid, geen weidsheid, slechts een soort van lichamelijke aanwezigheid in de ruimte.
Het vreemde was dat ik het moeizame karakter van deze dag al leek te voorvoelen toen ik (te laat) opstond. Ik was al eerder wakker geworden, om half zeven als ik het me goed herinner. Ik werd wakker en voelde me ook meteen wakker. Helaas heb ik dit gevoel genegeerd en ben blijven liggen. Vermoedelijk omdat 'je op zaterdagochtend toch niet om half zeven opstaat'.
In de loop van de ochtend hoorde ik vanbinnen de roep om te gaan mediteren. 'Ga even zitten, zal je goed doen.' Maar nee, hoor, ik besloot de kapotte spijkerbroek van S. te gaan repareren en daarna gaf ik toe aan de wens van M. om naar het Smaragdplein te fietsen om fietstassen met bijpassend zadelhoesje bij de 'Big Bazar' te gaan kopen. Oja, ook nog maar even langs de fietsenwinkel en de Albert Heijn.
Ook na de lunch schreeuwde het in mij om een meditatiesessie. Ik was alleen thuis met de kinderen en een vriendje en vond dat ik niet kon gaan zitten boven. Dan maar de krant. Dat lukte me niet. Een boodschappenlijstje. Eerst dat recept maar even opzoeken dan. En toen verzandde ik in e-mails, Facebook en meer van dat soort ongein...

Goed. Dat was vandaag. Ik vind het achteraf heel spijtig dat ik zo slecht voor mezelf gezorgd heb. Toch realiseer ik me ook dat dit 'vroeger' de normale gang van zaken was. Ik voelde doorlopend de ongelukkige onderstroom in mijn leven, maar had er geen idee van waardoor die veroorzaakt werd. Onvoorstelbaar vind ik dat nu.
Ik besef dat ik ieder moment kan beslissen om het anders te doen. Bewustheid in mijn leven kan brengen. En daar hoef ik echt geen half uur voor te gaan mediteren. Dat kan ook ter plekke, daar waar ik zit, sta of loop. Mooi is dat.

Word volkomen leeg.
Laat je hart vredig zijn.
Observeer in de maalstroom van het wereldse komen en gaan
hoe elk einde een begin wordt.

(uit de Tao)