Posts tonen met het label filosofie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label filosofie. Alle posts tonen

zaterdag 10 maart 2012

Melancholie

"Ik neem geen stappen, en zal altijd maar gedeeltelijk aanwezig zijn."
"En handelen verwart. Het is prettig, want je gedachten worden er tijdelijk door weggedrukt, maar het vertroebelt."
"Wel overvalt me dan een enkele keer wat onverwachte, verblindende ontroering voor bepaalde nietige objecten; voor het ongeziene, het vergetene..."
"Mijn leven heeft daarmee iets traags gekregen. De uren verstrijken dikwijls kruipend, en tijdens de schemer van sommige namiddagen zie ik de banen van licht voorbijtrekken over de wanden van mijn kamer. Ook dat is goed, want alleen in dergelijke traagheid kun je het gefluister horen van je ziel - en meer is er niet."
"En telkens weer is er die gaping in mijn middenrif, die onrustbarende holte die daar nu al jaren zit...
Het zal zo blijven denk ik.
Maar het geeft niet. Ik leef niet voor geluk. Gelukkig zijn interesseert me niet. Ik leef voor het roerloze avontuur, dat zacht voorbijtrekt in een donkerblauw luchtledige..."
Dit alles lees ik op de laatste bladzijdes van Brave nieuwe wereld van Daan Remmerts de Vries. Het is het fascinerende verhaal van Kas van Wallenstege die verdacht wordt van een misdrijf en daardoor steeds meer afgezonderd raakt.
Ik besef dat hij geen vrolijke kijk op het leven schetst. Hij is een individu. Voelt geen verwantschap met de anderen. Bij de mensen die "iedere verrassing haten, die willen leven met onwrikbare zekerheden van de wieg tot het graf." Maar geen filosofie, hoe prachtig ook, zal ooit een schild vormen tegen de klappen die je blijkbaar moet ontvangen, zegt Kas van Wallenstege.
Ik vind dat mooi, zo'n boek wat in staat is me met zijn zinnen recht in mijn ziel te raken. En dat dat dan ook nog gebeurt op een moment dat ik 'net als vroeger' in de namiddag met een wijntje, kaarsjes aan en Enya op de achtergrond lekker allenig thuis ben met een boek... dat maakt het alleen nog maar mooier.



vrijdag 30 december 2011

Hebben en houden?

En dan nu even iets heel anders. Ik las daarnet in de NRC.next over een kunstenares die in een loods haar hele huisraad uitgestald, geteld en vervolgens gefotografeerd had. We spraken er hier thuis even over. Die gigantische hoeveelheid spullen die ook wij in huis verzameld hebben in de loop der tijd. En dan zijn wij nog helemaal geen grote kopers.
Manlief liet mij vervolgens de foto's van de Chinees Huang Qingjun zien. Qingjun fotografeerde Chinese families voor hun huizen tussen hun huisraad. Het zijn stuk voor stuk prachtige foto's en ze zetten je wel aan het denken. 
Hoeveel heeft een mens nodig? Wat is het effect van een sobere inrichting van je huis op je welbevinden? Wij Nederlanders zouden het je niet kunnen vertellen. We hebben allemaal Heel Veel spullen. 
Een onderwerp om je gedachten over te laten gaan tijdens het wachten op het nieuwe jaar?


foto gemaakt door Huang Qingjun


Ps. Het is nu kwart over zes en ik zit met een chippie en wijntje op de bank. Lees mijn blogtekst nog eens over en wil mijn goede voornemen voor het komende jaar even met jullie delen: 
Uitkijken voor teveel gemoraliseer op deze plek. 


Weer wat later: En toen bleek het hele idee achter de fotografie van mensen met hun huisraad voor hun huis, van Peter Menzel te zijn. Hij is er de hele wereld mee overgetrokken en de foto's zijn vastgelegd in een boek: Material world - A global family Portrait.

foto gemaakt door Peter Menzel

woensdag 28 december 2011

Een pleidooi voor oppervlakkigheid

"Hoe zuiver onze ideeën soms ook lijken, ze kunnen nergens anders opkomen dan in het hoofd van een mens die zich niet kan losmaken van de toevallige omstandigheden waarin hij leeft," lees ik in het boek En toen wisten we alles - Een pleidooi voor oppervlakkigheid van Coen Simon.
Simon pleit voor een oefening van onze oppervlakkige blik. "... een blik die in het verlengde ligt van de wijze waarop de mens in de wereld staat. Met het bewustzijn van de menselijke tekortkoming dat we moeten handelen en beslissen zonder alle consequenties van dat handelen te kunnen overzien, zonder te kunnen ontkomen aan het eigen perspectief, de eigen horizon in tijd en ruimte."
Ik vind dit interessant, want het doet me denken aan mezelf als ik keuzes wil maken. Ik raak dan lamgeslagen van het idee dat er één beste optie zou zijn. Ik heb er al vaker over geschreven. Ik gedraag me "alsof alles geweten kan worden," zegt Coen Simon.
Maar... wat ik even vergeet is dat ik, net als de voetballer tijdens een wedstrijd, geen overzicht heb. Dat ik het moet doen met wat ik zie. Achteraf kun je over de wedstrijd napraten en zien dat sommige acties niet slim waren en anderen briljant.
Gisteren had ik het met manlief over de keuzes die gemaakt zullen moeten gaan worden. Waaraan zou ik het liefst mijn tijd besteden? Is daar een opleiding voor nodig en zo ja, welke? Ondertussen voel ik me bij tijd en wijlen wat ongelukkig daar op die drempel.
Ik zou graag geloven dat ik mij terecht oefen in geduld zodat ik straks in volle overtuiging ergens voor kan kiezen, maar af en toe ben ik bang dat ik me toch gedraag alsof alles (vooraf) geweten kan worden...



woensdag 17 augustus 2011

Simone Weil en het belang van het wachten

"In het wachten komen we tot een werkelijke aandacht voor de wereld, omdat we tijdens het wachten leeggemaakt worden van onze begrensde en van anderen afgescheiden ik-identiteit, die doorgaans als een obstakel tussen ons en de wereld in staat. In het wachten worden we als het ware veronpersoonlijkt, want ontdaan van de ego-gerichtheid van onze identiteit; daarom ervaren we dat wachten soms ook als bedreigend of onprettig, omdat we de belangen en ambities van ons ik moeten opgeven," zo vat Joke Hermsen de visie van Simone Weil op het belang van het wachten samen. Het is een voorwaarde om met aandacht naar de wereld, naar jezelf en naar de ander te kunnen kijken. Weil onderscheidt dus een 'ik' en een '(onpersoonlijk) zelf'.
Ik moest onmiddellijk aan Eckhart Tolle denken, die in zijn donkerste uren bedacht dat hij niet meer kon leven met zichzelf. Vervolgens drong glashelder tot hem door dat hij blijkbaar altijd met twee was.
Volgens Simone Weil betekent mens-zijn dat je 'het ik' van 'het (onpersoonlijke) zelf' kunt onderscheiden. Zij gaat uit van een ziel die verborgen blijft, zich niet laat kennen, maar diep in ieders hart huist. Wat vind ik dit mooi verwoord! Ik heb gevoelsmatig heel veel moeite met een persoonlijke en concrete invulling van het begrip ziel zoals onder andere Nietzsche het definieerde (De ziel is een ragfijn weefsel van driften en affecten dat zich in de loop van een leven onderhuids vormt).
Het wachten, in de zin van stilstaan, niets doen, aandachtig zijn (mediteren hoort daar voor mij ook bij) is nodig voor het evenwicht tussen 'ik' en 'zelf'. Blijf je je als mens slechts bezig houden met presteren, roem vergaren, dingen doen, rijker worden, dan wordt de ontwikkeling van je 'zelf' verwaarloosd en wellicht zelfs vergeten. Op die manier raak je uit evenwicht.
Ik schreef deze week dat ik na al dat gefilosofeer op mijn weblog, behoefte had aan wat aardsere zaken en de tuin in liep. Het was heerlijk om mijn volle aandacht op 'het kleine' te richten en er foto's van te maken. Ik kan ook intens verlangen naar rust en stilte. Dan ga ik mediteren of trek me terug in mijn atelier. Het doet mij goed deze verlangens serieus te nemen en er ruimte voor te maken.
Ik kom tegemoet aan mijn ziel die mij laat weten dat ik uit evenwicht dreig te raken.

  -Simone Weil -

zondag 14 augustus 2011

Oervertrouwen

Als ik er van uit ga dat mijn ziel onsterfelijk is, dan bevat hij naast mijn verleden ook mijn eeuwige toekomst. Ik had dit nog niet gedacht of ik las dat de negentiende-eeuwse filosoof Dilthey ook al met die gedachte gekomen was.
Mooi dat mij dat meteen duidelijk gemaakt werd. Meestal is dat niet zo en heb ik er geen idee van of er niet ooit iemand is geweest die op dezelfde manier doorredeneerde als ik. Hoewel, DAT mijn conclusies ooit uiteen gezet zijn door een filosoof mag ik wel aannemen. Grappig, hoe op dit soort momenten dat enorme (kinderlijke) vertrouwen in mezelf zich naar voren dringt. Ik ben uniek. Dit is hoe ik het zie. Dit is mijn waarheid. Niemand heeft dit ooit zo gedacht.
Ik ben dankbaar voor alle kunst die mij aanzet tot nadenken en reflecteren. Over mijzelf, maar ook over mijzelf als mens in de wereld. Ik word daar heel blij van. Het lijkt wel alsof dat, net als mijn eigen creëren, mij in staat stelt te voelen dat ik blij ben dat ik leef. Het werkt bezielend.
Het lijkt wel of bepaalde kunst, maar ook de grootstheid van de natuur en intense ervaringen in het algemeen, mij in staat stellen de luiken te openen zodat bezielende energie door mij heen kan stromen. En die bezielende energie is vol van dat oervertrouwen dat jonge kinderen kenmerkt. Grenzen vervagen, ik ben één met mijn hele verleden en mijn hele toekomst en voel dat alles ten diepste goed is.

foto gemaakt door Joyce
Vegetatie op het vliegerveld voor onze tent op camping de Roos

zaterdag 13 augustus 2011

De ongrijpbare ziel

O, wat benijd ik Joke Hermsen om haar filosofische bagage! Joke J. Hermsen: filosofe, schrijfster. Kun je het mooier krijgen? Op het moment denk ik dat dit wel het summum is van heerlijkheid. Kunnen denken, kunnen interpreteren, kunnen construeren en dat alles op een creatieve manier. Bovendien kan ze het op een prachtige manier opschrijven zodat het mij weer inspireert.
Wat ik lees in haar boekje Windstilte van de ziel boeit me mateloos, maar al die verschillende zienswijzen verwarren ook. Hoe diep moet ik duiken tot ik bij mijn ziel uitkom? Hoe concreet kun je praten over je ziel? Ik schreef al dat mijn ziel voor mij gevoelsmatig te maken heeft met mijn allerindividueelste zijn, wat mij toch het gevoel geeft dat er op een concrete manier van alles over mijn persoonlijke ziel te zeggen zou zijn, waar ik geloof ik niet zo blij mee ben.
Als ik stel dat mijn ziel mij richting kan geven, want zo voel ik het, dan geeft dat aan dat er diep in mij een 'weten' huist. Iets wat mij kan 'bezielen' en waardoor ik enthousiast ergens mee aan de slag ga. Joke Hermsen noemt dit 'het dieper gelegen zelf' dat 'het bewuste ik' kan bezielen.
"Elke schrijver, kunstenaar of musicus weet dat hij vanuit het hoogst particuliere van zijn eigen ervaring en emoties de universele taal van zijn discipline moet openbreken om datgene uit te drukken waar het hem of haar om gaat. Alleen dan kan de kunstenaar tot iets als een eigen signatuur komen. Deze handtekening wordt niet vanuit zijn bewuste ik maar vanuit het dieper gelegen zelf geïnspireerd, omdat daar zijn meest bijzondere, zijn meest 'donkere' geschiedenis ligt verscholen."
Dat vind ik heel mooi gezegd. Toch vraag ik mij af of ik mijn ziel niet in een nog diepere laag moet zoeken. De ziel als nulpunt van onze individualiteit, zoals Meister Eckhart het beschrijft, wat me weer aan de Tao van de Oosterse wijsgeren doet denken. En als ik zo ver ga dat ik mijn ziel als onderdeel van de Tao ga zoeken, hoe kan het dan dat eigene bevatten wat mij nu precies mij maakt?
Mooi, mooi, ik kauw er nog lekker even op door. Het boekje is gelukkig nog lang niet uit.


vrijdag 12 augustus 2011

Bezieling

Vanochtend in bed lag ik het verschil tussen 'levende' en 'dode' materie te overdenken en kwam opeens uit bij wonder van de conceptie. Twee cellen smelten samen en er ontstaat een nieuw leven. Met een nieuwe ziel, dacht ik er achter aan. 
Maar wat is de ziel eigenlijk? Ik moet eerlijk zeggen dat ik het wel vreemd vind dat ik een weblog met de naam Zielekruid heb en me in deze hele blog nog nooit afgevraagd heb wat ik eigenlijk onder die ziel versta. Het leek me blijkbaar een begrip waar voldoende consensus over bestaat. Een begrip wat niet nader onderzocht zou hoeven te worden. Toch blijkt dat nu wat voorbarig want het roept allerlei vragen bij me op.
Mijn eigen beleving van het begrip ziel komt denk ik voort uit mijn Katholieke opvoeding. Ik denk dan aan het deel van mij dat onsterfelijk is. Aan dat deel wat mij ten diepste mij maakt, los van het ego. Maar als ik even verder nadenk, lig ik al gauw in de knoop met mij eigen gedachten hier over.
Afgelopen voorjaar kreeg ik van een vriendin het boekje Windstilte van de ziel van Joke Hermsen kado. Ik had het al wel ingekeken, maar het (om allerlei niet relevante redenen) nog niet gelezen. Dat ben ik vandaag gaan doen en ik werd meteen verrast door haar manier van schrijven (met veel gevoel voor detail). Ze schrijft in dagboekvorm en meteen op de tweede dag dat ze van zich laat horen, maak ik kennis met de vroegtwintigste-eeuwse Franse denker Henri Bergson. 
Bergson maakt onderscheid tussen mijn handelende ik dat in kloktijd opereert en mijn dieper gelegen zelf dat ingebed is in de tijd als duur. Met het laatste bedoelt hij dat de tijd niet geabstraheerd wordt in kleine stukjes, maar dat alle momenten onderling verbonden zijn. Deze innerlijke tijd rolt ononderbroken voort en neemt alles wat we meemaken met zich mee (het zgn. sneeuwbaleffect). Je bent dus op geen enkel moment dezelfde, want je blijft ervaringen verzamelen. 
Joke Hermsen merkt op dat zij in de dagen dat zij zich over kan geven aan dagdromen en mijmeren, haar dieper gelegen zelf (dat dus ingebed ligt in de tijd als duur) dichter nadert. Hoe meer ze van de kloktijd af raakt, hoe meer ze met dit zelf lijkt samen te vallen. "De grenzen tussen mij en de omringende wereld lijken minder scherp getrokken," schrijft ze. "Dat kan alleen omdat het zelf dat ik mijmerend nader, geen scherp afgebakende identiteit is - zoals mijn bewuste, handelende ik - maar grenzeloos en onbepaald." en "Alleen na zo'n duik in die onderaardse stroom van de tijd kan ik tot iets als een bezielde ervaring komen en lijk ik met mijn zelf én met de wereld om mij heen samen te vallen."
Ik vind dat prachtig gezegd. Het komt voor mij overeen met mijn meditatie-ervaringen. Dat zijn ook onderdompelingen in een diepere stroom van zijn. Inderdaad maak ik dan ook gemakkelijk contact met mijn diepere zelf, lijk ook één te worden met alles en kom ik tot de waardevolle inzichten die ik vaak 'mijn waarheid' noem. 
Wellicht is het dan mijn ziel die spreekt.

Onze fanatieke bewerking van de buitenwereld
zou veel bescheidener moeten zijn,
alsof wij gasten zijn in andermans huis.
Ons echte werkterrein is onze ziel.
Dat is ons huis en dat is onze tuin,
waarin we aan het werk moeten zijn.

- Dr. Hans Moolenburgh -