Ik kon het ruiken, die vervulling. Daar wilde ik eindelijk wel eens zijn. Op die plek waar ik tot mijn recht kom.
Maar ik zat daar op mijn bankje voor mijn altaartje, de gebruikelijke plek om te mediteren.
Mijn verhaal. Iedere keer weer dat verhaal van mij dat ik maar alvast vooruit vertel. Niet dat er iets mis is met dromen en fantaseren, hoor, maar tijdens de meditatie oefen ik nu juist om uit die netten te blijven. Voor ik het weet zit ik verstrikt in mijn (fantasie)verhaal.
Zitten. Ik voel hoe ik geknield zit. Rechte rug. Voel de lucht in en uit mij stromen. Ik leef. Voel mijn handen, gevouwen in mijn schoot. De neusgaten open zodat de lucht gemakkelijk naar binnen kan stromen. Zijn. Meer hoeft de komende 25 minuten niet.
Zo begint mijn meditatie toch nog wat talig. Dat is niet erg. Het helpt me te zakken in het zijn. Stil te worden. Bewust te worden van wat er speelt. Stap uit je verhaal, zeg ik tegen mezelf als ik weer aan het fantaseren sla. Dat is alles.
Als het stil is geniet ik op een manier die anders is dan het genieten in het dagelijks leven. Het is een genieten dat niet stoort. Het lijkt alsof ik omhuld ben door een doorzichtige deken van dankbaarheid waar ik me bewust van ben. Het is een bewustzijn uit een andere laag, het ego heeft er niets mee van doen. Dankbaarheid vanuit het ego brengt een stroom van nieuwe gedachten op gang en dat doet dit niet. Dit is er gewoon.
Zitten, zwijgen, zijn.
Heb jij het jezelf al cadeau gedaan?

