dinsdag 28 februari 2012

Eén worden

Vandaag lees ik op Rinie Altena's blog een mooie column van Jean Jacques Suurmond. Wat ik eruit haal sluit mooi aan bij wat ik gisteren schreef: iedere situatie, elk moment, kan ik ontvankelijk zijn voor Gods zaden en op die manier een voedingsbodem zijn voor Zijn Liefdevolle Wil.
"Van nature is ons bestaan verdeeld. We zien God als een E-nummer: een mogelijke toevoeging die aan het leven houdbaarheid of smaak moet geven," stelt Suurmond in zijn column. Maar: "God is geen toevoeging, maar het hart van de wereld." Maakt het dan niet uit of je gelovig bent of niet? God is er toch wel. Ook in de ongelovige.
Ik vind dat grappig, want ik heb het me al vaker gerealiseerd. God, de Tao, De Allermooiste, De Eeuwige, is overal aanwezig. Of je het nu gelooft of niet, dacht ik er dan achteraan. Jij merkt het dan wel niet, maar nu spreekt God tot jou.
Als manlief vol overgave een prachtige drakenboot van lego aan het bouwen is, dan zou hij Gods aanwezigheid kunnen ervaren. Het zou kunnen. Ik heb er al vaker met hem over gesproken en toen dergelijke voorbeelden gegeven. Toch voelt hij Gods aanwezigheid niet. Gewoonweg omdat hij er niet in gelooft.
Als God overal is, in iedere situatie tot mij spreekt, dan is hij dus ook in de chaos en de drukte te vinden. "Wie God los van het gewone leven ziet, leeft nog in diabolische verdeeldheid," zegt Suurmond. "Als we hem tot bijzondere ervaringen beperken, raakt hij uit het zicht. God wordt irrelevant voor het gewone leven - een mogelijke toevoeging of hypothese. Pas als we in de keuken van het alledaagse bestaan in een spiegelei God zien glimlachen, zijn we één geworden, zoals God één is."
Prachtig.




maandag 27 februari 2012

Gods zaden aanvaarden

"Als ik mijn blik op God gericht houd, dan zal iedere gebeurtenis en ieder ogenblik, in mijn wil, zaden van Zijn leven uitstrooien, die op een dag tot een enorme oogst zullen ontkiemen," zegt Thomas Merton.
Zijn tekst kwam binnen op een moment dat ik me op mijn kamer had teruggetrokken, de realiteit van de gezinsdrukte ontvlucht. Een week krokusvakantie speelde me gisterenmiddag parten: te weinig structuur en teveel prikkels.
Ieder moment, in elke gebeurtenis, wordt mij de wil van God aangezegd, zegt Merton. In ieder situatie zoekt Gods liefde mij en dus heeft ook iedere situatie het goede met mij voor.
"De zaden die ieder ogenblik door Gods wil in de tuin van mijn vrijheid worden geplant, zijn de zaden van mijn eigen identiteit en werkelijkheid, van mijn geluk en mijn heiligheid.
Als wij die zaden weigeren, weigeren we alles. Dit betekent de weigering van mijn eigen wezen en bestaan, van mijn eigen identiteit en ware ik. Gods wil niet aanvaarden, beminnen en volbrengen houdt in dat ik de volheid van mijn bestaan weiger in te gaan," zegt Merton.
Ik voel hoe waar deze woorden zijn. Al terwijl ik ze lees neemt de helderheid in mij toe. Deze woorden geven nauwkeurig weer waarom het zo nodig is dat ik dat lijntje met God open hou. Waarom ik me daar zo graag op wil concentreren. Hij spreekt tot mij. Niet af en toe, nee, in iedere stituatie, in ieder moment.
Ik heb mezelf weer een weekendje in een klooster kado gedaan. Even fine-tunen.


- Thomas Merton - 

vrijdag 24 februari 2012

Ik mag gelukkig zijn

Het is algemeen bekend dat veel mensen op hun stervensuur de schellen van de ogen vallen. Opeens zien ze hun leven in perspectief en helaas roept dat bij menigeen gevoelens van spijt en berouw op.
Elisabeth Kübler-Ross en David Kessler hebben er in Levenslessen over geschreven. Het gegeven intrigeert me enorm. Waarom is het zo ontzettend moeilijk om me voor te stellen dat ik nog maar kort te leven zou hebben? Op de een of andere manier laat mijn geest zich niet voor dat karretje spannen als het niet daadwerkelijk onomstotelijk vaststaat dat ik gauw zal sterven.
Eergisteren kwam ik op de site van Broedgebied terecht. Daar staat, in een blogtekst van Wouter Nieuwenhuizen, de top 5 van dingen die mensen op hun sterfbed betreuren. Het lijstje is opgesteld door een Australische palliatief verpleegkundige:
  1. I wish I'd had the courage to live a life true to myself, not the life others expected of me
  2. I wish I hadn't worked so hard
  3. I wish I'd had the courage to express my feelings
  4. I wish I had stayed in touch with my friends
  5. I wish that I had let myself be happier
Vooral het laatste punt raakt me. I wish that I had let myself be happier. De formulering is zo ondubbelzinnig: je doet het zelf, hoor, dat ongelukkig zijn. Als jij het wil, kun (je veel vaker) gelukkig zijn. Het woordje 'let' is nog het mooist. Laat het toe, het mag. Echt.
Ik mag gelukkig zijn. 



donderdag 23 februari 2012

Doorlaatbaar zijn

Gevoelsmatig loop ik op een smal paadje langs een ravijn. In principe niks aan het handje, maar de wetenschap  van de diepte naast me zorgt voor spanning. Ik moet gefocust blijven op dat punt in de verte waar het pad me heen leidt. Zodra ik me laat afleiden is het ook meteen helemaal mis, lijkt wel. Enorm vermoeiend.
Gisteren voelde ik tijdens de meditatie hoe belangrijk het is om 'doorlaatbaar' te zijn. Ik zweefde als een soort kwal door de oceaan en het water stroomde door mij heen. Ik bestond als het ware alleen maar uit een vliesje.
Vanbinnen en vanbuiten bestond ik uit hetzelfde materiaal: water. Bij een inademing opende ik me van onderen en bij een uitademing stroomde het water van beneden naar boven door mij heen. Niets bleef hangen, alles stroomde continu.
Het voelde heerlijk en ik besefte dat het een mooie metafoor is voor hoe ik in het leven kan staan. De dingen stromen door mij heen. Gedachten, ervaringen, emoties. Ik ervaar ze terwijl ze in mij zijn, maar daarna zijn ze weer weg. Alles is tijdelijk.
Strakjes loop ik onder de ruisende populieren. Hun bladeren filteren het zonlicht boven mijn hoofd.
En ook dat gaat weer voorbij.



maandag 20 februari 2012

Vastelaovend

De afgelopen week heeft het NRC.next twee keer aandacht besteed aan de 'vastelaovend' in Venlo. Beide keren ontroerde het me. Blijkbaar ben ik vanbinnen nog steeds 'un ech Venloos maedje'.
Dat weemoedige gevoel overvalt me regelmatig als het om Venlo gaat. Het geeft aan dat ik me er heel erg thuis heb gevoeld. Ik sprak de taal, deed mee aan de gebruiken. Meer dan dat ik nu zo graag weer 'vastelaovend' zou gaan vieren, geeft dit nostalgische gevoel denk ik aan dat ik me sindsdien nergens meer zo thuis gevoeld heb.
Manlief is iemand die dat gevoel totaal niet kent en ik proef ook verzet in zijn houding als ik het ter sprake breng. Tradities, dialecten, (religies) lijken voor hem vooral bron van polarisatie.
Zelf heb ik ervaren dat ze verbinding scheppen, saamhorigheid creëren. Het gaat er helemaal niet om mensen buiten te sluiten. Ook niet in de Venlose 'vastelaovend'. Verdiep je van tevoren in het feest, de manier waarop het gevierd wordt en ga dan meedoen, zei Jan van Mersbergen in NRC.next afgelopen week. Met een dergelijke houding toont hij respect voor de lange traditie van 'vastelaovend viere' die Venlo intussen heeft.
Het is namelijk niet een feest van zuipen en brallen. Het is een feest van vrijheid: 'Gaon wao de wind dich weit'. Geen plan, geen uur waarop je thuis moet zijn, geen afspraken. Het feest van het openstaan voor iedereen, ook al ken je de ander niet. Samen gek doen, samen dansen, samen zingen, samen muziek maken.
Ja, nu ik het zo opschrijf neem ik me voor om het volgend jaar gewoon weer eens mee te gaan doen.
Of ik laat me gewoon het volgend jaar weer overvallen door dat nostalgische gevoel. Dat is toch ook mooi.



zondag 19 februari 2012

Heimwee

Ik lees nog steeds De herberg van het hart van Hein Stufkens en Marcel Dekse. Mooi, mooi.
"Het lijkt echter soms wel of we verliefd zijn op de pijn. Alsof wij banger zijn voor de eindeloze ruimte van liefde, dan voor de beknelling van een pijnlijke maar overzichtelijke levenswijze. Toch blijft door alles heen het heimwee in ons spreken, het heimwee dat wij soms ook zo woordeloos in ons kunnen voelen. Het kan zich tonen als een intens verlangen, of als onvrede of tegenslag, geluiden uit gene wereld die van binnenuit tot ons spreken en zich midden in deze wereld tonen."

Hij maakt van ons huis een ruïne, keert het
binnenstebuiten; om het dan in één slag meer
bewoonbaar te maken dan het daarvoor was.

-Rumi-

Als wij eeuwige wezens zijn en als de tijdelijkheid niet meer dan een voertuig is waardoor ons eeuwige zelf zich kan uitdrukken, waarom kiezen wij er dan voor ons te verliezen in alles wat voorbij gaat? 

O liefde van het universum,
je blijft aan ons trekken.
O degene die trekt,
hoe mooi trek je.
O jij, aan wie getrokken wordt,
ook voor jou een bravo.

-Rumi-