woensdag 16 mei 2012

Hemelvaart

Het lijkt wel of ik uit mijn ei gekomen ben. Nu pas wordt mij duidelijk hoe mooi de Christelijke feesten zijn. Tot nu toe had ik weinig tot geen idee van de achterliggende boodschap.
Neem nu Hemelvaart. Het feest van de ultieme extase, van de vereniging met God, leert Suurmond mij in God en heer K. 
Al vaak schreef ik hier over mijn verlangen naar die éénwording, mijn verlangen naar die thuiskomst. Mijn mediteren is niet alleen een oefening in aanvaarden, maar zeer zeker ook een uitreiken naar God. Ik schreef ook over de momenten van extase waarin ik mij ook daadwerkelijk verbonden voelde met God en daarmee met alles om me heen en leerde dat ik het zelf ben die de deur dicht doet, de verbinding verbreekt. 
Aan de ene kant begrijp ik dat ik ben zoals ik ben in al mijn imperfectie en dat dat okee is, aan de andere kant heb ik als mens het vermogen naar mezelf te kijken en ontstaat de wens boven mijzelf uit te stijgen. Dieren kunnen dit niet en hebben die drang dus ook niet. 
Vaak vertel ik mezelf dat ik niets hoef, dat ik er alleen maar hoef te zijn. Dat klopt in wezen ook wel, maar het gaat voorbij aan het gegeven dat ik mens ben met het vermogen buiten mezelf te treden en mezelf te zien zoals ik op dat moment ben met alles wat daarbij hoort. Op zo'n moment van reflectie ontstaat vaak een verlangen.
Mensen verlangen er naar zichzelf te ontstijgen door middel van uitvindingen, creaties of andere daden. Daar worden ze blij van, want ze hebben besef van hun beperktheid. Ze reiken naar buiten, in extase, en komen tot nieuwe dingen. "Alle groei en ontwikkeling, inclusief de evolutie van de soorten, houden in dat een organisme zichzelf overstijgt," zegt Suurmond.
Hemelvaart is het feest van de ultieme extase. Het uitstrekken naar God. Ik vind dat heel mooi. Ben benieuwd waar en hoe ik dit feest morgen ga vieren, maar één ding staat vast: ik heb mijn blik op de Oneindige. 



maandag 14 mei 2012

Beeldenfabriekje

Het is me al eerder gebeurd: de wijsheid van een open deur komt eindelijk écht bij me binnen. Op zo'n moment ervaar ik hoe die kennis, die tot dan toe slechts een rationeel weten bleek te zijn, bij mij indaalt en zich in ieder cel nestelt.
Al eerder schreef ik hoe ik ik me er steeds helderder van bewust word dat het slechts mijn eigen oordelen zijn die de boel in de war sturen. Gisteren voor het slapen gaan las ik weer eens een column van Jean Jacques Suurmond. Ook hij schrijft graag over dit onderwerp. Deze keer ging het over Pinksteren, het feest van de Geest: "God op z'n beeldloze best," zegt Suurmond, die ons "beeldenfabriekje" sloopt.
Als wij de werkelijkheid reduceren tot een beeld, wordt God onzichtbaar. En, ook niet onbelangrijk: zijn we tot nare dingen in staat.
Het is wonderlijk hoe ik gisterenavond helemaal doordrongen raakte van dit gegeven. Ik besefte dat mijn eigen beeldenfabriekje grotendeels mijn leven bepaalt. Dat ik de ander of een situatie vaak reduceer tot een beeld om mijn eigen ego te voeden, dat ik met mijn beelden de illusie van controle versterk. In werkelijkheid sluit ik vanbinnen alle luiken en deuren voor de frisse wind van de Geest.
"De tien geboden beginnen met de oproep om alleen God te aanbidden en niet te knielen voor een beeld. Dit gebod om geen absolute beelden te maken 'van wat in de hemel boven is of van iets beneden op de aarde' vervult alle andere geboden," schrijft Suurmond.
"Zo houdt het gebod om je vader en moeder te eren in, dat we ze niet in het plaatje 'ouders' moeten opsluiten. Zolang we dat doen, blijven we afhankelijk van hen en verongelijkt omdat ze ons niet alles gegeven hebben wat we wensten of nodig hadden. Hen eren wil zeggen: hen zien zoals ze werkelijk zijn. Naast ouders zijn ze vooral gewone mensen net als wij, met hun eigen beperkingen en angsten. Alleen als we hen zo zien, doen we hun recht."
De schellen vallen mij van de ogen. Heel vreemd, want ik dacht dat ik het wist, maar ik wist het dus niet. Niet écht.
Alleen als ik in staat ben de ander werkelijk te zien, de situatie werkelijk te beleven, kan God zich aan mij openbaren. Alleen dan. Zo gauw ik beelden ga hanteren om de zaak te vereenvoudigen of controleerbaar te maken, verbreek ik de verbinding en ben ik niet meer bereikbaar voor God.
"De Geest is onzichtbaar als de wind, God op zijn beeldloze best. De Geest is de vreeswekkende kracht die het beeldenfabriekje sloopt [...]." En zo krijg ik voor het eerst van mijn leven zin in Pinksteren.



woensdag 9 mei 2012

Geborgenheid

Hoe de grond onder mijn voeten 
opeens weg kan zijn 
niet door iets dramatisch 
maar gewoon 
net als water blijkt te kunnen verdampen
Dat ik me dan ontworteld en los voel 
zonder houvast waar dan ook 
terwijl ik me altijd, maar dan ook altijd
geen moment uitgesloten
geborgen zou kunnen voelen



tekst en beeld: Joyce van den Beuken

donderdag 26 april 2012

Verlangen naar een adres

Ik lees op de blog van Jan Greven een boekbespreking: Vader & zoon krijgen de geest, een briefwisseling tussen Henk en Pieter van Os. Zoon Pieter constateert naar aanleiding van een documentaire over zijn vader dat diens fascinatie voor kunst voorkomt uit een 'drang naar godsdienst.' Dit intrigerende uitgangspunt is voor Henk aanleiding tot het starten van een briefwisseling met zijn zoon.
"Pieters grootvader, Henks vader, sprak aan het einde van zijn leven vaak over de suizende stilte waarin de profeet Elia God ontmoette. Het was, schrijft Henk, de vervulling van het verlangen naar een adres. Een adres voor je dankbaarheid. Voor het kortstondige en tegelijk tijdloze besef van volledigheid dat een gelovig mens soms kan overkomen. Henk beschrijft een paar ervaringen die hem zelf overkwamen en concludeert: Ik vermoed dat het verlangen naar een adres de kern is van mijn geloof."
Mooi, mooi, vind ik dat. Ik word er altijd erg blij van als iemand precies blijkt te verwoorden wat ik zelf ook voel of (zelfs) weet.
Tot mijn vaders dood wist ik mij verbonden met de bron en leefde ik vanuit een oervertrouwen. Daarna bleek mijn fundament aan gruzelementen te liggen en lag de bron verborgen onder een laag puin. Ik had geen adres meer, besef ik nu. Dacht lange tijd onbewust dat het mogelijk was om de aandacht van dit diepe gemis af te leiden.
Door stil te worden en de pijn er te laten zijn, krijg ik toegang tot de bron. Dat is geen maniertje. Het is gewoon hoe het gaat als ik oprechte aandacht heb voor mijzelf. Als alles er mag zijn, gewoon zoals het er is op dat moment, maar dan ook écht, dan is er geen weerstand en blijkt het gewoon okee te zijn. Steeds vaker ervaar ik dat slechts mijn eigen oordeel de boel in de war stuurt.
Vanochtend kwam er een emotie bij me op die ik onmiddellijk afkeurde van mezelf. Meteen daarna drong glashelder tot me door dat ik er niets aan kon doen dat ik dat gevoel kreeg, het was er gewoon opeens, en dat het dus nergens op sloeg om mezelf daarvoor op m'n kop te geven.
Ook míjn 'drang naar godsdienst' komt voort uit het verlangen naar een adres. Niet alleen een adres voor mijn dankbaarheid, maar ook voor mijn twijfel, mijn verdriet, mijn wanhoop en mijn boosheid. Alles mag er zijn op dat adres. Niks is te gek. Het is allemaal welkom en wordt als een homeopathisch medicijn verdund in een eindeloze oceaan van onvoorwaardelijke liefde.


- ad parnassum, Paul Klee, 1932 -